Onkruid grootste hobbel bij overgang naar ICM

Onkruid grootste hobbel bij overgang naar ICM

In het project Akkerbouw op Zand op proefboerderij Vredepeel wordt gewerkt aan een toekomstbestendige aanpak voor ziekten, plagen en onkruiden op zandgrond. Daarbij wordt voorgesorteerd op een krimpend middelenpakket. Hoe verloopt het project nu en kunnen telers de overstap maken naar een systeem met minder chemische middelen?

De transitie naar minder chemie gaat verder dan middelen verrvangen door machines. Op de proeflocatie in Limburg draait een achtjarige vruchtwisseling met zes gewassen. Hier wordt onderzocht hoe minder afhankelijkheid van chemie in de praktijk uitpakt. Halverwege de tweede projectperiode van de publiek-private samenwerking (PPS) Akkerbouw op Zand 2.0, waar de proef onder valt, ziet projectleider Marie Wesselink van Wageningen University & Research (WUR) duidelijke resultaten.

De inzet van chemische gewasbescherming daalt met 50 tot 90 procent, maar het opbrengstverschil met het gangbare systeem ligt rond de 8 procent en in 2025 zelfs 10 procent. ‘De besparing is groot, maar economisch gezien blijft het een puzzel.

Voorspelbaarheid belangrijker dan opbrengst
De PPS kijkt verder dan opbrengst alleen. Ook maatschappelijke waarde en toekomstbestendigheid spelen een rol. Onkruidonderzoeker Timo Sprangers van WUR vat de kern samen: beperk opbrengstverlies met zo min mogelijk inzet van synthetische middelen. Dat gebeurt via de vijf pijlers van Integrated Crop Management (ICM): gewasdiversiteit, rassenkeuze en teeltwijze, bodembeheer, monitoring en gerichte bestrijding. Volgens Sprangers draait het om voorspelbaarheid en niet om die 5 ton minder opbrengst. ‘Als je weet waar je aan toe bent, kun je daarop sturen.

De grootste uitdaging is onkruid. Na vier jaar naderde de proef de grens van beheersbaarheid. Minder herbiciden en niet-kerende grondbewerking spelen daarin mee. Daarom is besloten om weer te ploegen voor alle gewassen. Tegelijk vraagt het verdwijnen van middelen om aanpassing. Mechanische bestrijding met eggen, schoffels en vingerwieders werkt goed, maar kwetsbare gewassen zoals ui en peen blijven lastig.

Resistente rassen gebruiken
Nieuwe technieken bieden perspectief, blijkt uit de tussentijdse resultaten. Thermisch branden vóór opkomst en het gebruik van beslissings-ondersteunende systemen (BOS) helpen om gerichter in te grijpen. Vooral in aardappelen kan zo worden bespoten op basis van infectierisico. Sprangers adviseert telers om BOS stap voor stap in te voeren en waar mogelijk resistente rassen te gebruiken.

Ook keuzes in groenbemesters en bouwplan zijn herzien. Grasachtige groenbemesters sluiten sneller en onderdrukken onkruid beter dan bladrammenas, ondanks mogelijke nadelen voor aaltjes. Wetgeving rond rustgewassen vraagt eveneens aanpassingen, bijvoorbeeld door eerder te oogsten.

Cruciaal in ICM is gewasoverstijgend denken. Maatregelen in het ene gewas werken door in de rotatie. Waar traditionele systemen per probleem naar oplossingen zoeken, richt ICM zich op preventie via systeemontwerp. Dat maakt de aanpak complexer, maar ook robuuster. Volgens Wesselink en Sprangers ontstaan zo nieuwe handelingsperspectieven met minder risico. ICM is daarmee geen losse set maatregelen, maar een fundamenteel andere manier van werken.

Bron: nieuweoogst.nl/nieuws/2026/06/23/onkruid-grootste-hobbel-bij-overgang-naar-icm

foto van maisplanten met heel veel onkruid eromheen, o.a. winde.
Divers onkruid in mais