Het College voor toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) gaat 46 toegelaten middelen die per- en polyfluoralkylstoffen (PFAS) bevatten opnieuw beoordelen. Dat is besloten in de decembervergadering van het college. Verder meldt het Ctgb dat uit de jaarlijkse toetsing van de praktijkeffecten van zijn toelatingsbeleid is gebleken dat zes werkzame stoffen (niet zijnde PFAS) de toelatingsnormen voor oppervlaktewater structureel overschrijden.
Naar aanleiding van Deens onderzoek
Het besluit tot herbeoordeling van PFAS-houdende gewasbeschermingsmiddelen vloeit voort uit onderzoek van de Geologische Dienst van Denemarken en Groenland, dat in december 2024 liet zien dat diverse PFAS-pesticiden in grondwater afbreken tot trifluorazijnzuur (TFA, tevens een PFAS-stof). Dit deed de Deense regering in juli besluiten de goedkeuring in te trekken van 23 bestrijdingsmiddelen die TFA bevatten of tot vorming van TFA kunnen leiden.
Trifluorazijnzuur (TFA)
TFA is nauwelijks afbreekbaar, zeer mobiel, zeer goed oplosbaar in water, en schadelijk voor foetussen en de vruchtbaarheid. Wetenschappers waarschuwen voor mogelijk onomkeerbare effecten van TFA in het milieu. Recent onderzoek van CLM in opdracht van provincies en drinkwaterbedrijven liet zien dat TFA zich in zorgelijke concentraties in grondwater bevindt. Volgens het Ctgb vormt ‘TFA (..) op dit moment geen gezondheidsrisico, omdat de blootstelling via drinkwater ruim onder de aanvaardbare dagelijkse inname blijft’, maar kan een oplopende concentratie in de toekomst wel gevolgen hebben voor de grondwater- en daarmee drinkwaterkwaliteit.
Europees versus nationaal niveau
Dat TFA een risico vormt is het Ctgb zich al langere tijd van bewust. In tegenstelling tot de Denen zag het Ctgb een herbeoordeling van PFAS-houdende gewasbeschermingsmiddelen echter liever op Europees niveau gebeuren, ‘omdat de beoordeling en toelating van werkzame stoffen een geharmoniseerde, Europese bevoegdheid is’. In april verzocht het college de ministeries van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en Infrastructuur en Waterstaat daarom bij de Europese Commissie aan te dringen op snelle herbeoordeling van alle gewasbeschermingsmiddelen en biociden waaruit TFA kan ontstaan. Het college schrijft nu het niet langer verantwoord te vinden om een Europees proces af te wachten, omdat dit naar verwachting niet snel genoeg verloopt.
In de afgelopen maanden heeft het Ctgb de informatie van het Deens milieuagentschap beoordeeld op betrouwbaarheid en relevantie voor Nederland. ‘Vanwege verschillen in nationale criteria en gebruikte grondwatermodellen zijn nationale berekeningen nodig om te bepalen of de betreffende middelen ook hier leiden tot overschrijding van de grondwaternorm’, schrijft het college. Is dat laatste het geval, dan voldoen middelen niet meer aan de toelatingscriteria.
2028
De Deense informatie over de vorming van TFA en het Nederlandse grondwatermodel zal het Ctgb nu gaan gebruiken voor een herbeoordeling van PFAS-houdende bestrijdingsmiddelen. In Nederland zijn 25 PFAS-pesticiden (werkzame stoffen) toegelaten, welke voorkomen in 116 toegelaten producten. Behalve reeds toegelaten middelen zal het Ctgb ook nieuwe en lopende aanvragen op TFA-vorming gaan beoordelen. Net als Noorwegen en Zweden, die met een vergelijkbaar proces bezig zijn, wil het Ctgb uiterlijk 30 april 2028 een besluit nemen over alle betreffende middelen.
Het gebruik van PFAS-pesticiden in de Nederlandse land- en tuinbouw is de afgelopen 3 jaar sterk toegenomen. Het Ctgb schrijft zich te realiseren dat zijn besluit ‘mogelijk grote gevolgen kan hebben voor de beschikbaarheid van gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw’ en adviseert de minister van LVVN daarom de gevolgen voor de landbouw nader te onderzoeken.
Normoverschrijdende stoffen
Naast het nieuws op PFAS-gebied meldde het Ctgb gisteren dat zes stoffen afkomstig uit bestrijdingsmiddelen – deltamethrin, fluoxastrobin, pirimicarb, pyraclostrobin, spinosad en esfenvaleraat – toelatingsnormen voor oppervlaktewater structureel overschrijden. Dit constateerde het college bij zijn jaarlijkse toetsing van de praktijkeffecten van het eigen toelatingsbeleid. Wanneer op basis van de Bestrijdingmiddelenatlas blijkt dat bepaalde stoffen toelatingsnormen overschrijden, doet het Ctgb een tussentijdse herbeoordeling voor producten die die stoffen bevatten. Dat is voor de genoemde stoffen echter niet nodig, schrijft het college, omdat stoffen in kwestie recent nog opnieuw zijn beoordeeld of omdat een herbeoordeling al gaande is.
De Bestrijdingsmiddelenatlas is een openbaar register waarin meetgegevens, afkomstig van bijvoorbeeld van het Landelijk Meetnet Gewasbeschermingsmiddelen, een beeld geven van de hoeveelheid bestrijdingsmiddelen in Nederlandse oppervlaktewateren. In de atlas wordt met bestrijdingsmiddelen gedoeld op wat in wet- en regelgeving officieel gewasbeschermingsmiddelen en biociden heten.

